We praten in Nederland al jaren over stikstof. Over normen, modellen, vergunningen, reductiepercentages en maatregelen.
Boeren demonstreren, natuurorganisaties maken zich zorgen, rechtszaken volgen elkaar op en ondertussen probeert de overheid nieuwe plannen te maken.
Maar misschien moeten we eerst een andere vraag stellen.
Zijn we niet veel te snel over oplossingen gaan praten, terwijl we het nog onvoldoende eens zijn over de analyse van het probleem?
Eerst de werkelijkheid onderzoeken
Bij vrijwel ieder ingewikkeld vraagstuk beginnen we met onderzoek.
Een arts stelt eerst een diagnose voordat hij behandelt. Een ingenieur onderzoekt eerst de oorzaak voordat hij een oplossing ontwerpt. Een ondernemer analyseert eerst de markt voordat hij investeert.
Waarom zouden we bij de inrichting van ons land een andere volgorde kiezen?
Hoe staat onze natuur er werkelijk voor? Hoe weten we dat? Wat is daadwerkelijk gemeten en wat is berekend? Welke rol spelen stikstof, water, klimaat en bodem? Maar ook: welke invloed heeft het beheer van natuurgebieden zelf?
Dat zijn geen vragen om natuurproblemen te ontkennen. Het zijn vragen die beantwoord moeten worden voordat we ingrijpende maatregelen nemen.
Want als de analyse ter discussie staat, blijft iedere oplossing dat uiteindelijk ook.
Juist daarom vind ik de discussie over het beheer van onze natuurgebieden interessant. In Drenthe zien we gebieden die in relatief korte tijd veranderden van heide en zandverstuivingen naar productiebos en vervolgens natuurgebied. De natuur die we vandaag proberen te beschermen, heeft dus een geschiedenis waarin de mens en het beheer een grote rol hebben gespeeld.
Dan mogen we toch vragen welke rol goed beheer kan spelen bij de oplossing?
Een gezin met vijf kinderen
Maar er ontbreekt nog iets in die analyse.
Stel Nederland eens voor als een gezin met vijf kinderen.
Ze heten Milieu, Natuur, Economie, Sociaal en Cultuur.
Op dit moment gaat heel veel aandacht uit naar twee kinderen: Milieu en Natuur. Daar zorgen we intensief voor. We maken plannen, stellen doelen, schrijven regels en reserveren geld.
Dat is op zichzelf begrijpelijk. Ook deze kinderen verdienen goede zorg.
Maar een gezin kan niet gezond functioneren wanneer de zorg voor twee kinderen zoveel vraagt dat de andere drie de rekening niet meer kunnen dragen.
Economie moet het geld verdienen waarmee we onze gezamenlijke ambities kunnen betalen.
Sociaal gaat over de mensen die ergens moeten kunnen wonen, werken en samenleven.
Cultuur gaat over onze geschiedenis, identiteit, landschappen, tradities en de manier waarop gebieden zich door generaties heen hebben ontwikkeld.
Geen van die vijf kinderen kan zonder de andere.
Daarom moeten we bij iedere grote beleidskeuze één simpele vraag stellen:
Wat zijn de consequenties voor het hele gezin?
Niet alleen voor natuur en milieu, maar ook voor economie, samenleving en cultuur. Welke regelgeving is ervoor nodig? Wie moet die uitvoeren en controleren? Wat kost dat? En wat kan daardoor juist níét meer?
Dat laatste verdient veel meer aandacht.
Europa vraagt inmiddels nadrukkelijk om eenvoudigere en beter uitvoerbare regelgeving. PwC laat tegelijkertijd zien dat het naleven van wet- en regelgeving onze economie miljarden kost.
Regeldruk raakt bovendien niet alleen de ondernemer. Iedere nieuwe verplichting vraagt ook capaciteit van ambtenaren, vergunningverleners, toezichthouders en uitvoeringsorganisaties.
Dezelfde mensen en middelen kunnen niet twee keer worden ingezet.
Eerst de werkelijkheid, dan het beleid
Deze herfst worden opnieuw belangrijke plannen gemaakt voor het landelijk gebied.
Daar ligt wat mij betreft een kans.
Laten we eerst gezamenlijk zorgen voor een analyse van de werkelijkheid die zorgvuldig, toetsbaar en herkenbaar is. En laten we daarbij niet één belang isoleren, maar steeds kijken naar de gevolgen voor het geheel.
Dát geeft draagvlak.
En pas daarna bepalen we welke richting verstandig is.
Dat is voor mij de werkelijke betekenis van terug naar de tekentafel. Niet terug om verandering tegen te houden, maar terug om een beter vertrekpunt te creëren.
Een vertrekpunt waarin natuur en milieu kunnen floreren, zonder economie, samenleving en cultuur uit het oog te verliezen.
Want uiteindelijk hebben we geen vijf afzonderlijke kinderen waarvoor vijf afzonderlijke werelden bestaan.
We hebben één gezin waarvoor we samen verantwoordelijk zijn.
Vijf sterke kinderen maken samen een sterk gezin.
En dat sterke gezin vormt de basis voor een Leefbaar Platteland en een gezond Nederland.
Publicatie
Deze column verscheen eerder op Sterke Erven, waar ik als columnist schrijf over de agrarische sector, het Leefbaar Platteland en de gevolgen van beleid voor boeren, ondernemers en gebieden.
Eerst begrijpen, dan bewegen
Een Leefbaar Platteland vraagt om meer dan goede plannen. Het vraagt om verbinding tussen beleid, gebied en praktijk en om een goede balans tussen Natuur, Milieu, Economie, Sociaal en Cultuur.
Vanuit mijn kennis en ervaring in de agrarische sector help ik organisaties om die verschillende werkelijkheden bij elkaar te brengen. Als vrouwelijke spreker, gespreksleider en adviseur maak ik ruimte voor het gesprek achter de cijfers, kaarten en beleidsplannen.
Verder praten over dit thema?
Wilt u binnen uw overheid, organisatie, vereniging of gebied werken aan draagvlak, uitvoerbaar beleid en een Leefbaar Platteland?
Neem gerust contact met mij op voor een lezing, presentatie, gespreksleiding of interactieve bijeenkomst.
Eerst begrijpen, dan bewegen.
