We rijden te paard, samen met de boer, over zijn land.
Ruig terrein, hellingen, gras dat geschikt is voor vlees, niet voor melk. We praten onderweg. Niet officieel, maar tussen het stappen en sturen door. De wind, de honden, de koeien in de verte. En af en toe stilte — zoals dat gaat bij mensen die weten dat praten niet altijd hoeft.
Hij vertelt dat hij elk jaar in de herfst zijn 300 koeien verkoopt. In de winter verliezen ze anders te veel gewicht — tot wel 50 kilo per dier. “En bij drie euro per kilo verlies je al snel 150 euro per koe. Dus ik verkoop, en in het voorjaar koop ik nieuwe.”
Er ligt logica in die redenering. Nuchterheid ook. Hier wordt gerekend in seizoenen, niet in jaren. En gebouwd met de handen, niet met plannen.
Leren van het land, letterlijk
Tussen het gras groeit Mio Mio — een giftige plant voor runderen. De dieren die hier zijn geboren, weten instinctief dat ze het moeten vermijden. Maar koeien van buiten? Die moeten het leren. En soms gaat dat mis.
Het zegt veel over dit land:
Niet alles is eenvoudig, maar het vraagt wel aandacht, ervaring en aanpassing. Het land is niet streng, maar ook niet vergevingsgezind – het vraagt dat je meebeweegt.
Over investeren wordt hier anders gedacht
Later die week, tijdens een natuurwandeling, vragen we wat door. Hoe kijkt hij aan tegen ondernemen hier? “Het is moeilijk geworden,” zegt hij. “Te veel belasting op werk en productie. Je kunt niet opbouwen, je komt niet vooruit.”
Hij wil bijvoorbeeld zonnepanelen op zijn dak. Voor een kleine installatie betaalt hij meer dan €50.000. Terugverdientijd: tien jaar. Niet onredelijk, maar ook niet haalbaar. Simpelweg omdat de drempel te hoog is.
In Nederland zou diezelfde installatie minder kosten, sneller geplaatst zijn, en ondersteund worden. Hier? Een droom die blijft hangen in het rekensommetje.
De wegen vertellen hetzelfde verhaal
We hebben inmiddels honderden kilometers gereden. Wat opvalt: sommige wegen zijn nieuw, strak. Andere zijn zo vol gaten en scheuren dat je nauwelijks vooruit komt.
Het lijkt erop dat er ooit meer geld is geweest dan nu. De aanleg was ambitieus. Maar het onderhoud blijft achter. En als de fundering niet deugt, helpt geen enkel lapmiddel.
Langzaam komen we tot een conclusie:
Uruguay wordt niet per se slechter — maar het wordt niet beter.
Een land dat uitnodigt, maar niet alles kan waarmaken
We kwamen hier om ons te oriënteren. Op wonen, werken, investeren. Op een land met rust, ruimte en redelijkheid.
Maar wat we aantreffen is weerbarstiger dan verwacht. Wie hier iets wil opbouwen, moet veel zelf doen — en kan op weinig terugvallen. Wie hier wil groeien, moet ook weten dat meebewegen niet optioneel is.
Zoals bij het paardrijden hier. In Nederland leer je het paard jou te volgen. Hier volg jij het paard. Allebei gaan ze over vertrouwen. Maar het vraagt een andere houding. En soms, een ander soort plan.
Een land in observatie
Wat we hier ervaren, is niet eenduidig. Het landschap is prachtig, de mensen vriendelijk, het ritme traag maar helder. Toch merken we ook frictie. In de wegen. In de belastingen. In de kansen die maar moeilijk realiteit worden.
We hebben nog niet alles gezien. En misschien is dat wel precies wat dit land ons leert: Dat je pas kunt oordelen als je ook hebt gezwegen, geluisterd en doorgereisd.
De conclusie? Die stellen we nog even uit.
