Langs de snelweg van het binnenland naar Montevideo schuift het landschap onder ons door. Eerst nog graslanden en koeien. Daarna, bij elke kilometer dichter naar de kust: bredere wegen, nieuwere auto’s, modernere borden. De sfeer verandert.
Waar we eerder alleen borden van Conaprole zagen (de nationale melkcoöperatie) verschijnen nu de Coca-Cola’s, McDonald’sen, Starbucksfilialen en reclameborden van private klinieken, verzekeringen, en duurdere automerken. De auto’s zelf zijn nieuwer, glanzender, en vaak afkomstig uit buurlanden. Argentijnse en Braziliaanse kentekens domineren het straatbeeld.
In Montevideo zelf valt ons nog iets op: mensen met overgewicht, iets wat we op het platteland nauwelijks zagen. Wellicht toeristen, maar misschien ook een gevolg van wat welvaart zonder kennis kan doen. Onze gids zei eerder: “We zijn gezond omdat we zelf koken, puur eten en veel lopen.” In de stad lijkt die balans zoek.
💰 Waar komt het geld vandaan?
Wat we onderweg zien, roept vragen op. Waar komt dit geld vandaan? Waarom kunnen mensen hier $250 voor een blouse vragen? Of $115 voor wat medicijnen? Wie koopt dat?
Tijdens een rit met een boer spraken we over het belastingstelsel in Uruguay. Hij legde uit: het is bijzonder duur om te produceren, want het importeren van machines, gereedschappen of productiemiddelen is belast met zware invoerheffingen en btw. Daardoor is innovatie moeilijk, vooral voor boeren op het platteland.
Zijn eigen oplossing? Koeien levend verschepen naar het buitenland. Slachten en verwaarden is hier niet rendabel. De kosten wegen niet op tegen de opbrengsten.
🏦 Uruguay als ‘parkeerplek voor geld’
Tegelijkertijd kent Uruguay iets unieks: politieke stabiliteit en een betrouwbaar financieel systeem. Je kunt er een rekening openen, vastgoed kopen, of geld parkeren zonder vrees voor inflatie of politieke chaos.
In buurlanden als Argentinië en Brazilië is dat anders. Hoge inflatie, valutacrises, en belastingdruk zorgen daar voor kapitaalvlucht. Uruguay, met zijn kalme beleid en neutrale imago, is een veilige haven voor dat geld.
Wat we langs de kust en in de stad zien, is geen binnenlandse consumptie-economie. Het is een export-economie van kapitaal een façade van buitenlandse welvaart.
Je ziet het aan de huizen, de horeca, de auto’s, de winkels. Argentijnen en Brazilianen kopen hier een tweede huis, stallen hun spaargeld in een Uruguayaans appartement, of genieten van de rust. Sommigen kopen zelfs apotheken, supermarkten of kleine hotels. De economie draait, maar voor wie?
🌱 Verwaarding: het ontbrekende stuk
We hebben onderweg prachtige agrarische bedrijven bezocht. Boeren die werken met respect voor natuur en traditie, van melk tot vlees, van wijn tot olijven. Maar telkens komt dezelfde frustratie terug:
“We produceren veel, maar we verwaarden weinig.”
Dat zit niet in de mensen, maar in het systeem. Belasting op import maakt modernisering moeilijk. En dat betekent: lagere marges, beperkte groeikansen, en veel afhankelijkheid van export.
Het wrange is dat juist Uruguay (met zijn vruchtbare bodem) rust en ruimte dé plek zou kunnen zijn om waarde aan grondstoffen toe te voegen. In plaats daarvan gebeurt dat elders, of wordt het geld simpelweg geparkeerd.
🧭 Tussen stad en land: een kloof
Wat we tijdens deze reis ervaren, is een land met een ongelooflijke natuurlijke rijkdom en menselijke veerkracht, maar waar de kloof tussen waarde creëren en waarde incasseren schrijnend zichtbaar is.
Op het land: boeren die hard werken, zelf hun woningen bouwen, en hun dochter naar de stad sturen om onderwijs te volgen. In de stad: restaurants, winkels en vastgoedprojecten waar het geld stroomt vaak niet van hier. De ene wereld voedt, de andere verkoopt.
📌 Tot slot
Misschien is dat wat deze reis ons leert: dat een stabiel land niet automatisch een rechtvaardige economie heeft. En dat geld en kennis niet altijd samen opgaan. Je kunt rijk zijn en toch armoede kennen in toegang tot voeding, tot kansen, tot perspectief.
Maar toch ligt hier ook de kans. Als een land als Uruguay zou inzetten op lokale verwaarding, korte ketens, en eigen merkverhaal, dan zou het niet alleen een parkeerplek zijn voor buitenlands kapitaal, maar een bron van duurzame rijkdom van binnenuit.
Een beetje zoals wij in Nederland al proberen met streekproducten, transparante ketens en boerderijverkoop. Misschien ligt de toekomst van Uruguay niet aan zee, maar op het land.
